Meininger Hotel Molenbeek HR

Voorpublicatie 'In Molenbeek' (1): Oud-Molenbeekse kakofonie

Hans Vandecandelaere
© Brussel Deze Week
01/07/2015

Historicus Hans Vandecandelaere dook twee jaar in de coulissen van Oud-Molenbeek. Hij sprak er met acteurs, huisjesmelkers, schooldirecties, Cubaanse danseressen, politiecommissarissen, pastoors en imams, loft- en kelderbewoners, druggebruikers en getalenteerde commerçanten. Brussel Deze Week brengt deze zomer een greep uit zijn reisimpressies, vandaag over 'se flamandiser'.

Ik hang ter hoogte van de Vlaamsepoort over de balustrade van het kanaal van Charleroi. Onder het gewicht van zijn vracht versmelt een aak met de waterspiegel, wanneer een bezwete man me vragend op de schouder tikt. Of het nog ver is naar het Meininger hotel? Een van zijn kofferwieltjes heeft het begeven.

H ij lijkt verheugd met het zicht op de eindstreep en sjouwt zijn bagage verder op het fiets- en wandelpad langs de waterkant. Ik glimlach om de ingenaaide Zweedse vlag op zijn vest. Op weg naar huis waren de voorbijvarende boten voor mij lange tijd de enige attractie op deze grensstrook tussen Brussel-Stad en Oud-Molenbeek. Maar sinds de opening in 2013 van het lowbudgethotel in de voormalige lambiekbrouwerij Belle-Vue geraak ik niet uitgekeken op rugzaktoeristen en huppelende Chinese jongedames.

Troetelachtig
Het kanaal liep jaren als een mentale breuklijn door de stad. Nog in 2010 maakte kunstenaar Emilio Lopez Menchero er een artistiek statement van door op de kanaalbrug van de Vlaamsepoort het Berlijnse Checkpoint Charlie na te bouwen. Oud-Molenbeek werd daarbij met grensvlaggen gekatapulteerd tot de onvrije, dreigende Sovjetzone vol geïmmigreerd schorremorrie en Brussel-Stad tot VS-gebied. Sindsdien wordt de gemeentegrens poreuzer en evolueert ze naar een nieuwe as met een centrumfunctie. De verlofting is ingezet en de privésector trekt mee aan de kar om van deze kanaalstrook een place to be te maken.

Ik zie hoe de Zweed een stip wordt. Fietsers laveren om hem heen. Sommige Maghrebijns-Molenbeekse wijkjongeren noemen de nieuwe promenade la voie rapide flamande, de Vlaamse snelweg. ‘Flamand’ is in Molenbeek een gelaagd begrip dat verwijst naar anders zijn en vermeende rijkdom. Ook een Waal of een Congolees kan een Flamand zijn. Het verschil schuilt in zich anders kleden, anders praten. Se flamandiser is er zelfs een werkwoord voor jongeren die hun vriendenkring uitbreiden en nieuwe gewoontes adopteren. Troetelachtiger zijn un flapi of un flamisch. Allicht zijn het de hippe fietsers met hun fluovesten en modieuze helmen die het fietspad zijn bijnaam schonken. De kanaaldynamiek wordt dus ook in Molenbeek opgepikt. Het is een eerste gegeven in een lange rij van recente evoluties die afstralen op de buurt.

Kloppend hart
De wijk Oud-Molenbeek, daar is het me om te doen. Het Molenbeek van het middeleeuwse dorp, de zone waar alles begon met graan- en graasvelden rond een klokkentoren en een steenweg vanuit Brussel richting graafschap Vlaanderen. Wanneer kranten uitpakken met ‘rellen in Molenbeek’, dan heeft enkel Oud-Molenbeek daar een patent op. Of anders de naburige Molenbeekse Havenwijk. Net zoals Borgerhout, Kuregem of enkele buurten in de Borinage behoren deze twee kleine gebieden tot de meest geframede en gemediatiseerde stadswijken van België.

Maar de afgelopen 25 jaar stond Oud-Molenbeek niet stil. Sinds 2005 wordt haar kanaalgrens afgezoomd door veelkleurige windmolentjes. Ze staan symbool voor de nieuwe wind die door de gemeente waait. In 2014 promoveerden ze tot het logo van de campagne ‘Molenbeek, Métropole de la culture de la fédération Wallonie-Bruxelles’.

Ik laat de balustrade los, neem een folder uit mijn broekzak en maak een wandeling door de wijk. De gemeente prijst zich aan met tientallen stedenbouwkundige realisaties. Ik loop langs nieuwe crèches, passiefwoningen, nieuwe of heringerichte kleine parken en speelpleintjes, assen bestemd voor zachte mobiliteit, nieuwbouw voor middenklassers en herbestemde industriële gebouwen. De ingrepen liggen verspreid over het hele territorium, maar in een kleine straal rond het gemeentehuis worden ze stilaan door plein- en straataanleg met elkaar verbonden. Vanuit de lucht bekeken moet het lijken op een bijna clean kloppend hart met daarrond een krans waar het nog grauw kan zijn.

Bronx
Alle evolutie ten spijt, blijft Oud-Molenbeek ruimtelijk ingebed liggen in de Brusselse ‘arme sikkel’. Op microschaal vind je er buurten waar de opbouw van de huizen al iets rijker oogt en rechte bredere straten voor een andere ruimtebeleving zorgen. Er zijn ook straten met hoofdzakelijk eigenaars of sociale huurders. De verschillen zijn niet te onderschatten. Maar globaal zit je met een stadsgebied waar met uitzondering van de zelfmoordcijfers – na haast alle meetbare sociaal-economische indicatoren – dieprood kleuren. Het is de klassieke mantra van verschroeiend hoge werkloosheid, slechte luchtkwaliteit, overbevolking, armoede, gebrek aan open ruimte en nijpend kleine huisvesting.

De buurt wordt al decennialang opgesloten in zeer problematische clichés: ‘het Marrakesh’ of ‘de Bronx van Brussel’, ‘een arbeiderswijk zonder arbeid’, ‘een alcoholgrens’, een no-go-zone, een getto, bedreigend, intolerant of achtergesteld, ‘een wijk waarvan men nodig meent dat de sociale cohesie er moet worden bijgesteld’, ‘waar jihadisten thuis zijn’, ‘de monocultuur van armoede heerst’ en kinderen die ontbijten met Aldichips bijna per definitie ongeletterd zijn. De media blinken uit in dit soort veelheid van hetzelfde.

Aankomstwijk

Zwart Paard Straat Molenbeek HR
In 1996 sloot stadsonderzoeker Paul Blondeel zijn veldwerk in Oud-Molenbeek af en rapporteerde hij onder meer over deze stereotiepe beelden. “Voor de doorsnee Belg heeft het kansarme Oud-Molenbeek een eeuwigheidswaarde,” schreef hij. “De culturele en economische rijkdom van de buurt blijft onzichtbaar. De buitenwereld houdt dit actief in stand en wil niet weten dat er naast problemen ook iets anders is. De bedrijvigheid en de investeringen mogen niet bestaan. De formele stad heeft een plek afgebakend die homogeen slecht moet zijn. Alsof Molenbeek niet in de hoofdstad van Europa ligt, maar een soort woestijnbiotoop is waar economisch handelen volledig ontbreekt, waar geen middenstand of scholen zijn, geen Gentsesteenweg met kleinhandel, geen weekmarkt, geen sociaal weefsel of een verenigingsaanbod.’”De laatste jaren maakt een nieuw begrip zijn opwachting. Sinds de publicatie van het boek van Doug Saunders ‘Arrival cities’ is het bon ton om Oud-Molenbeek, en bij uitbreiding de Brusselse kanaalzone, te herleiden tot ‘aankomstwijk’ waar niet zo rijke nieuwkomers aan hun weg naar boven timmeren. Wellicht is het een hanteerbaar concept om nu ook eens daadwerkelijk dit deelaspect van de wijk te onderzoeken, maar als het daarbij blijft, dan werkt het verengend.

Verwijtend
Ik beslis om een reis te maken doorheen Oud-Molenbeek. Tussen de vernieuwingsbeweging en de armoede die niet alleen aanhoudt, maar zelfs toeneemt, liggen 137 tinten grijs. Een trip van de ene loft naar het andere appartement, van het ene terras naar de andere commerce. Langs scholen, kerken, moskeeën, jeugdhuizen, sociale diensten, kunstenaarsateliers, concertzalen en voormalige fabrieken. “De journalistiek waarin ik geloof,” pende schrijver Pascal Verbeken neer tijdens zijn eigen reis door Wallonië, “is per definitie meerduidig, meerstemmig en kakofonisch. Ze presenteert geen waarheid, maar laat zien dat er vele waarheden, zelfs tegengestelde waarheden, naast elkaar kunnen bestaan. In essentie draait ze om inzicht en begrip, niet om oordelen. Het is een werkelijkheid waarmee handelaars in ideologieën en installateurs van de pensée unique moeilijk kunnen leven.”

De voorraad aan verhaallijnen van een buurt fotograferen in woorden, een momentopname opleveren, telkens of toch zo vaak mogelijk vanuit een historisch perspectief. Maar kan dit wel? Al zwervend beland ik in het Bonneviepark. Een bont amalgaam van ouders houdt in het oog hoe hun kinderen de etage hoge speeltuigen beklimmen. Is een organische wijk met duizenden mensen die er leven, overleven, successen binnenhalen, wroeten, studeren en evolueren per definitie niet iets ongrijpbaars? In welke mate zal ik erin slagen om mijn gesprekspartners evenwichtig te doseren en op die manier een relatief realistisch beeld te schetsen? Hoe anders en gekleurd zullen de meningen klinken van diegenen die investeren in de buurt en misschien gedeeltelijk voor hun eigen kraam praten: de eigenaars van een woning, de handelaars, de sociale werkers die hun werk moeten legitimeren, de leerkrachten, de artiesten, de mama naast mij op de bank die zich in de school van haar ket misschien inschakelt in projecten? En hoe anders zullen anderen spreken, zij die geen keuze hebben en op de buurt zijn aangewezen om te overleven. Rauwer, meer verwijtend? Of toch weer niet? Of zij die de wijk helemaal niet als de hunne beschouwen, maar er willens nillens toch kleur aan geven?

Veelzijdigheid
Ik denk terug aan het mooiste boek dat ik las over Oud-Molenbeek. Net naast het park publiceerde Buurthuis Bonnevie tien jaar geleden een honderdtal portretten en getuigenissen van wijkbewoners. Het individu stond op een voetstuk, zonder enige vorm van interpretatie, voorkennis en kadrering. Onvermijdelijk werkte dat ook beperkend, want hoeveel stemmen moet je aan het woord laten om alle klanken een plaats te geven?
Wat zal tijdens mijn reis het hoogst haalbare blijken? Hooguit de suggestie van veelzijdigheid opwekken?

Hans Vandecandelaere

Historicus Hans Vandecandelaere dook twee jaar in de coulissen van Oud-Molenbeek. Voor zijn boek ‘In Molenbeek’ sprak hij met acteurs, jongeren, dokters, huisjesmelkers, schooldirecties, Cubaanse danseressen, politiecommissarissen, pastoors en imams, loft- en kelderbewoners, druggebruikers en getalenteerde commerçanten. ‘In Molenbeek’ verschijnt begin september bij uitgeverij Epo. Tot dan brengt Brussel Deze Week een greep uit zijn reisimpressies.

Voorpublicatie: In Molenbeek

Historicus Hans Vandecandelaere dook twee jaar in de coulissen van Oud-Molenbeek. Voor zijn boek ‘In Molenbeek’ sprak hij met acteurs, jongeren, dokters, huisjesmelkers, schooldirecties, Cubaanse danseressen, politiecommissarissen, pastoors en imams, loft- en kelderbewoners, druggebruikers en getalenteerde commerçanten. ‘In Molenbeek’ verschijnt begin september bij uitgeverij Epo. Tot dan brengt Brussel Deze Week een greep uit zijn reisimpressies.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Sint-Jans-Molenbeek , Samenleving , Cultuurnieuws , Voorpublicatie: In Molenbeek

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni