Dit “pareltje” wilden wij wel eens gaan ontdekken. Een vleugje Italiaanse zon is immers meer dan welkom in deze duistere tijden. De angst sloeg ons echter om het hart toen we zagen dat het restaurantje midden in de toeristenbuurt zit. Maar goed, een goede journalist heeft geen vooroordelen en dus stapten we met een open geest het zaakje in.
Het interieur past in elk geval perfect in het toeristische plaatje, waardoor al onze verwachtingen op de keuken werden gevestigd. Hier zouden we de culinaire ontdekking van het jaar doen, en dat nog wel begin januari!
Maar toen we na een mierzoet apéritif maison ons voorgerecht Sole d’Italia zagen verschijnen (€13), trok er toch even een wolkje voor de zon. Niks geen fijne vleeswaren, geen superbe antipasti en delicatessen, maar een eenvoudig hoopje groene sla met een paar stukjes tomaat, een hoopje tonijn waar de blikvorm nog in zat, twee stukjes salami en een plakje mortadella waren ons deel. En een scampi, verdrinkend in een kwakje cocktailsaus.
Gelukkig ging het niveau wel flink omhoog bij het hoofdgerecht, ook een suggestie van de chef. We genoten van een eenvoudige maar zeer lekkere escalope met aubergine en parmezaan (€15), en kregen de portie zelfs niet eens op – die vervloekte blikvis toch. We gingen met een gemengd gevoel naar huis: de vriendelijkheid van de bediening was het enige wat onmiskenbaar overeenstemde met het commentaar in de gids. We kennen elders in Brussel toch plekjes waar de Italiaanse zon harder schijnt.


















Nieuwe reactie inzenden