Algemeen
(1)

Sylvain dringt binnen op verlaten plekken en fotografeert ze

Philip Ebels
Overdag leidt Sylvain Margaine, een Brusselse Fransman en vader van twee, een rustig leventje als werknemer bij een niet nader te noemen semi-overheid. Maar 's avonds, na vijven, als zon en ambtenaar gaan liggen, speurt hij de wereld af op zoek naar 'industrieel braakland, verbeurdverklaarde kastelen, verlaten kerken, kloosters of ziekenhuizen'. Verboden plekken noemt hij ze, en dat is ook de titel van zijn pas gepubliceerde fotoboek. [1 reactie]

"En o ja, trek oude kleren aan," waarschuwt hij per sms, de dag dat we hebben afgesproken. Halftien bij de balie van Air France in het Zuidstation. Sylvain heeft een Italiaanse vriend mee, Luca, die toevallig in de stad is voor een conferentie. "We kennen elkaar uit het wereldje. We hebben veel gemeenschappelijke vrienden."

We gaan die avond op verkenning in de oude Veeartsenijschool van Kuregem. Het monumentale gebouw, dat in de jaren 1890 werd gebouwd in de Vlaamse neorenaissancestijl, staat al bijna twintig jaar leeg. Ooit zorgde de school voor veel leven in de brouwerij. Kuregem was de parel van Anderlecht. Maar sinds de overname van de school door de universiteit van Luik, en de daaropvolgende sluiting, is ook de buurt flink achteruitgegaan.

We staan voor het hek dat de voorgevel moet beschermen. Sylvain wijst naar een stalen plaat op de grond, achter het hek. "Dat is onze ingang," zegt hij. "We wachten tot die auto vertrekt en dan gaan we. Om het hek heen, plaat aan de kant en naar beneden." Zo gezegd, zo gedaan. We lopen om het hek heen, tillen de plaat aan de kant en laten ons één voor één door het kolenluik naar beneden zakken. Voorbijgangers moeten hun wenkbrauwen hebben gefronst.

We belanden in de kelders van het gebouw. Voor we gaan, legt Sylvain de plaat netjes terug. Donker. De routiniers hebben zaklampjes bij zich. Luca draagt hem op z'n hoofd, als een mijnwerker. Sylvain neemt de leiding: "Op naar het horrormuseum!" Zo noemt hij een deel van de kelder. Niet zonder trots vertelt hij dat hij de eerste was toen hij in 2003 de school ontdekte. "Ik had geen idee wat ik kon verwachten." Waarom die naam? "Je zult wel zien."

Waarschijnlijk een koe
Horrormuseum: het is niets te veel gezegd. Honderden lichaamsdelen op sterk water begroeten de nietsvermoedende pottenkijker. Intestins de chien , leest het eerste het beste potje, 'hondeningewanden'. Sommige hebben geen opschrift nodig, zoals de koeienkop op tafel. Het is een groteske parade van poten, koppen, oren, snuiten, allerlei ondefinieerbare organen. Vrolijk is het niet, ook door de slechte, beschimmelde staat van de collectie. Sommige potten staan open, nog maar voor de helft gevuld met formaline. Een dode snuit steekt half in het luchtledige.

Weg hier. We gaan naar boven, naar de begane grond. Daar blijkt het zowaar een mooi pand te zijn. Hoge plafonds, marmeren trappen, houten vloeren. De kamers liggen vol oude spullen: glazen buizen en andere laboratoriuminstrumenten, indrukwekkende machines (die het tijdsverschil genadeloos benadrukken), verhuisdozen vol archieven. In één vinden we een skelet. Een koe, denkt Sylvain. De kaken liggen in de kamer tegenover. We gaan verder, een verdieping hoger.

" Urban exploration ," vertelt Sylvain, "is voor mij een vorm van documentatie. Ik documenteer onbekende plekken die niet, of niet meer, toegankelijk zijn voor het publiek. Dat zijn vaak verlaten gebouwen, maar ook dat wat nooit bedoeld is om gezien te worden, zoals metrotunnels of riolen. Ik ben verzamelaar van plekken."

Sylvain is een man met een boodschap. "Tegenwoordig laten we gebouwen liever aan hun lot over, om ze daarna met de grond gelijk te maken en er iets nieuws neer te zetten. In plaats van ze te renoveren, een herbestemming te vinden. Ik doe dit ook om te laten zien dat we omringd zijn met ongebruikt erfgoed dat aan het verdwijnen is. En door middel van foto's probeer ik te laten zien dat dat mooi kan zijn."

Voor rijke landen
Op de eerste verdieping bevonden zich vroeger de laboratoria, vertelt Sylvain als we boven zijn. "Toen ik hier voor het eerst kwam, stonden hier vijftien meter lange houten kasten vol met sterkwaterpotten. Nu is veel helaas geplunderd. Als het niet snel gerenoveerd wordt, zal alles verdwijnen."

De ruimtes zijn enorm. Het licht van Kuregem bij nacht valt binnen door de hoge ramen. Het is een begeesterende ervaring. We stuiten op een kantoortje met op de deur het opschrift: Collection privé du docteur , 'privéverzameling van de dokter'. Wat zou dat voor verzameling zijn?

Sylvain doet dit al zolang hij zich kan herinneren. Als kleine jongen van vijf ging hij al met zijn vader op verkenning door het Franse industriële braakland. "Later leerde ik pas dat het een naam heeft, dat er andere mensen zijn die het ook doen."

Het fotoboek is het resultaat van tien jaar speurwerk over de hele (westerse) wereld. Zo vind je er het verlaten sanato­rium van Beelitz, in Potsdam, Duitsland, waar de soldaat Adolf Hitler tijdens de Eerste Wereldoorlog nog enkele maanden is verzorgd. Of het verlaten negentiende-eeuwse ziekenhuis aan de Hudson River, in New York. Maar ook bijvoorbeeld het meer nabije Thurn & Taxis, ooit een industriële opslagplaats, het oude tuchthuis van Vilvoorde, of de oude hoogovens van Clabecq.

Luca is ook geen groentje. Hij draagt indrukwekkende fotoapparatuur met zich mee. Hij is duidelijk gegrepen door zijn hobby. "Het is echt een trend aan het worden," beamen de twee. "De term bestaat sinds de jaren 1990. Maar in jaren 1950 werden de catacomben van Parijs al verkend. De komst van het internet heeft veel geholpen." Het is een typisch rijkelandenfenomeen, vindt Sylvain. "In arme landen wordt alles gebruikt. In India bezocht ik een verlaten ziekenhuis in de hoop dat te fotograferen, maar een aantal families waren me voor en hadden er een thuis gevonden."

Op de tweede verdieping ligt de aula. Honderden klapstoeltjes staan rij aan rij onder beschilderde plafonds van acht meter hoog, zo schatten we. "Die plafonds zijn gekwalificeerd als monument," weet Sylvain. Maar dat lijkt de verloedering van het portret van Pasteur niet te verhinderen.

Nóg een steile trap en we staan op zolder. De vloer is bezaaid met rommel. Eén archiefkast heeft zich staande weten te houden. Oude geneeskundeboeken liggen op een hoop in de hoek.

Tijd om te gaan. De uitgang is minder spannend dan de ingang. We dalen af naar de kelders en hijsen ons omhoog door een ander luik aan de achterkant. Tegenover staat het tweede gebouw van de oude school, inmiddels gerenoveerd tot luxelofts. We lopen om, drukken op de knop van de oprijlaan en de deur gaat vanzelf open. Verkenning voorbij.

:: Sylvain Margaine (foto's) en David Margaine (tekst), Forbidden places - Explorations insolites d'un patrimoine oublié, uitg. Jonglez (www.editionsjonglez.com), 256 blz., 39 euro. Meer op www.forbidden-places.net

Nieuwe reactie inzenden


Reageren kan op twee manieren:

Gelieve uw volledige en echte naam op te geven.
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Fijn dat u wil reageren. We publiceren uw reactie graag maar weren uiteraard aanstootgevende of misleidende teksten. Politieke standpunten kunnen dan weer als persmededeling aan info@brusselnieuws.be.
(controleer met audio)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.