"Na nieuwZwart, dat een echte dansproductie met muziek was, wilde ik weer helemaal iets anders," zegt Vandekeybus. "Ik film graag en ik wil het medium theater daar graag mee confronteren. Dat heb ik eerder gedaan, maar nu is het bijna constant film. Zo mag je de productie ook benaderen. We zouden er zelfs popcorn bij kunnen serveren. Alleen begint er na een tijd toch iets te groeien op de scène dat het geheel completeert. Als je naar de cinema gaat, wil je misschien niet dat daar zo'n personage staat, maar ik ga het toch proberen. Dat is het voordeel van een theaterpubliek. Dat komt toch minder dan een cinemapubliek om zich alleen maar te laten entertainen. Van die instelling kun je profiteren."
Heeft de film een verhaal?
Wim Vandekeybus: De film gaat over een man die eigenlijk een leider is, gespeeld door Jerry Killick van Forced Entertainment. Een groot inleidend deel is gefilmd in Keulen waar hij zogezegd theaterdirecteur is. Hij regisseert er mensen maar denkt er ook na over de valsheid van het theater. Tot hij eruit stapt om een nieuw leven te beginnen. Daar begint dan een totaal ander verhaal.
We hebben gefilmd in Keulen, in Wallonië, in Brussel natuurlijk, in Zweden omdat we een ijsvlakte nodig hadden, en in het overstromingsgebied van de polders. Het gaat ook over overstromingen - wat heel vreemd was want vlak daarna is zowat de halve wereld overstroomd. Ik ben drie keer bijna vertrokken naar een rampgebied om ook daar te filmen, maar ik heb het uiteindelijk niet gedaan. De film heeft dus zeker iets apocalyptisch en catastrofaals, zij het niet expliciet. Eigentijds is de vraag of we niet van de natuur moeten afblijven. De natuur is altijd onverschillig geweest voor menselijke passie. In de film zit heel veel menselijke passie, en vaak foute menselijke passie.
Is het meer dan een experiment om onder dat scherm nog een personage te zetten?
Vandekeybus: Ik wou een film maken maar ik ben natuurlijk ook een scèneregisseur. Het minimum dat ik op dat vlak kon doen is een solo. Damien Chapelle is een jonge kerel die aan het Brusselse INSAS zat. Hij is geen danser. Ik noem hem een live personage. Hij leeft op de scène en creëert zijn universum parallel aan dat van de film.
Voor die rol heb ik auditie gedaan bij jonge mensen omdat ik op zoek was naar iemand die nog ongevormd was. Die je echt nog kunt kneden. Hij heeft ook een rol die geen ervaring nodig heeft. Er is een doorleefde rol in de film en een onschuldige rol op de scène. Onschuld en onkunde hebben iets heel moois omdat de performance dan vooral van energie afhangt. Een mens die iets doet omdat hij uit impulsen handelt, is veel interessanter dan iemand die uit kennis en uit ervaring speelt. Zo heb ik er altijd al over gedacht. Beweging mag er niet te dansant uitzien en acteren mag er niet te geacteerd uitzien. Daarom ben ik ook tegen al dat uitschrijven en analyseren. Ook op de filmset ben ik iemand die op het moment zelf nog heel veel durft uit te proberen. Dat kan de mensen soms zot maken, maar als ik dit kan realiseren op zo'n korte tijd, moeten ze me dat vertrouwen maar geven. Soms zeg ik 's morgens pas: "En nu ga je dit en dat doen." Bij de draaidagen vroeg ik aan de acteurs ook om te spelen dat ze niet echt goed konden acteren. Toen zijn er wel een paar opgestapt.
We hebben de film met weinig geld moeten maken. Het FilmLab vond dat het project te groot was om zonder script te kunnen en dus hebben we geen subsidies gekregen. Alle medewerkers hebben dus veel moeten investeren. Maar daar stond dan wel de vrijheid tegenover om te doen wat we wilden. Ook het productiehuis moet die chaos aankunnen. Monodot was daar perfect voor: het is een beginnend huis dat niet bang is van experimenten. In de film zitten ook veel nieuwe gezichten: veel jonge mensen, maar ook ervaren mensen die vooral theateracteur zijn, zoals Carly Wijs, Guy Dermul en Davis Freeman.
Wat denk je dat de meerwaarde van deze hybride vorm zal zijn?
Vandekeybus: Er is een directe link van het live personage met de film maar die wil ik nog niet verklappen. In het algemeen voel je wel dat de dingen die in de film gebeuren repercussies hebben voor hem, maar die zijn bijna hormonaal. In die zin weet je hem wel een plaats te geven, al wordt dat vooral op het einde duidelijk. Ik hou van plots waar het einde je al het voorgaande doet herdenken.
Er zijn ook momenten dat de film bijna bevriest zodat je echt op het live personage kunt focussen, en er zijn momenten dat hij het wint van de film. Of dat je voelt dat de film eigenlijk in zijn hoofd zit en dus niet bestaat, of dat hij niet bestaat. Zo'n conflict van werkelijkheden kun je ook binnen in een film creëren, maar het is boeiend om het op deze manier te doen.
Technisch is het wel een onderzoek. De belichting van de scène is bijvoorbeeld moeilijk, want zodra je te veel licht gebruikt is je filmprojectie weg.
Een film in een theaterzaal brengen garandeert ook volle zalen. Soms zit ik in Kinepolis met vier mensen in een lege zaal. Daar is ook niets aan. Alleen al in België gaan we 16.000 toeschouwers halen, wat niet slecht is voor een Belgische film.
Monkey sandwich klinkt op zich goed, maar is ook de vertaling van 'broodje aap'.
Vandekeybus: Het moest een film worden met veel dialogen. Monkey sandwich is een ode aan het fantasierijke, aan het communiceren via verhalen. Het is de kunst om inspiratie te halen uit straffe verhalen die overal circuleren. De meeste broodjeaapverhalen en urban myths, zijn stom. Maar je hebt er ook straffe vol metaforen. Ik heb er ook zelf verzonnen natuurlijk. In het tweede deel van de film duik je eigenlijk het onderbewuste van het hoofdpersonage in.
:: 10 > 12/9, 2, 3, 5, 6, 9 > 11/11 • 20.00, €16/20
KVS_BOL Lakensestraat 146, Brussel, 02-210.11.12, info@kvs.be, www.kvs.be















Nieuwe reactie inzenden