Samenleving
(4)
(4)

Wijkcentra moeten vechten voor hun voortbestaan

Steven Van Garsse © Brussel Deze Week
De toekomst ziet er somber uit voor de Nederlandstalige wijkcentra in Brussel. Nadat ze de subsidies jaar na jaar hebben zien dalen, is er voor 2012 geen perspectief meer en zijn ze met sluiting bedreigd. De centra trekken aan de alarmbel. “We zijn juist harder nodig dan ooit.”
De Buurtwinkel op het Anneessensplein in Brussel-centrum. “Als wij ons terugtrekken uit deze wijk, dan is er alleen nog het Franstalige preventiewerk.”

De Buurtwinkel op het Anneessensplein in Brussel-centrum. “Als wij ons terugtrekken uit deze wijk, dan is er alleen nog het Franstalige preventiewerk.” (© Saskia Vanderstichele)

W il de Vlaamse Gemeenschap nog aanwezig zijn in de achtergestelde Brusselse wijken om mee een dam op te werpen tegen de stijgende armoede? Die vraag houdt Samenlevingsopbouw Brussel bezig. De organisatie ziet hoe de verenigingen die in de Brusselse wijken aan de leefbaarheid werken, meer en meer uit de boot vallen als de subsidies verdeeld worden.

De kritiek van Samenlevingsopbouw is hard. “De Vlaamse Gemeenschapscommissie trekt weliswaar formeel de kaart van de stedelijke armoedebestrijding,” stelt Alain Storme, “maar in de praktijk gaat het al lang om een stedelijke ontwikkeling in functie van een aantrekkelijke en verkoopbare stad, waarin zwaar wordt ingezet op de middenklasse, niet op het indijken van de armoede in de stad.”

Storme haalt als voorbeeld de evolutie aan van Sociaal Impulsfonds (SIF) tot Stedenfonds. In het SIF en Stedenfonds I (in Brussel goed voor tien miljoen euro) stond het sociaal beleid nog centraal, maar in 2007, met de komst van Stedenfonds II, werd het fonds in stukken gehakt en verdeeld onder de drie VGC-collegeleden (Onderwijs, Cultuur en Welzijn). Van onderlinge samenwerking was helemaal geen sprake meer. Ook ging er steeds meer geld naar bakstenen, en minder naar mensen.

Vandaag putten Onderwijs, Cultuur en Welzijn nog altijd rijkelijk uit het fonds om de projecten te ondersteunen die hen na aan het hart liggen: de zogenaamde ‘brede school’, de gemeenschapscentra, de kinderdagverblijven. “Ongetwijfeld belangrijk voor Brussel, maar voor echte armoedebestrijding is er intussen wel steeds minder geld,” zegt Storme.

Capitulatie
Illustratief zijn de subsidieperikelen waarmee de geïntegreerde wijkcentra kampen. De centra worden nog altijd als project gesubsidieerd, en bij elke subsidieronde is het bang afwachten of er nog wat uit de bus komt. In 2007 vingen buurthuis Bonnevie (Molenbeek) en Limiet Limite (Brabantwijk Schaarbeek) bot bij het Stedenfonds. Bonnevie kon overleven, maar Limiet Limite – ooit nog bekroond met de Thuis in de Stad-prijs – moest de boeken sluiten.

De drie andere wijkcentra, Buurtwinkel Anneessens (Brussel-stad), Chambéry (Etterbeek) en Wijkpartenariaat (Schaarbeek), werden wél opgevist en kregen subsidies. Ze moesten in ruil wel een Sociaal Infopunt (SIP) uitbouwen, een doorverwijs­loket voor socia­le dienstverlening. Het SIP werkte echter niet naar behoren, en sinds vorig jaar heerst er onzekerheid over de toekomst.

De cijfers spreken boekdelen. Kregen de wijkcentra voor hun onderlinge samenwerking in 2007 nog 330.000 euro, dan blijft daar in 2011 maar 100.000 euro van over. Daarmee kunnen geen drie, maar – nét – twee wijkcentra gesubsidieerd worden, die bovendien fors moeten inleveren. En voor 2012 is er op dit moment geen enkel perspectief.

Voor Omer Mommaerts, voorzitter van Buurtwinkel Anneessens, is dat een capitulatie. “De VGC onderschat de rol die we spelen in de Anneessenswijk, toch een van de moeilijkere buurten in de Vijfhoek. ‘Le Buurtwinkel’: iedereen spreekt erover. We hebben de afgelopen jaren regelmatig met de burgemeester in de wijk gewandeld. Hem gewezen op de problemen, van de vuile straten tot huisvesting. Hij heeft gezien hoe we open omgaan met de anderstaligen in de wijk. We hebben respect afgedwongen bij het stadsbestuur. En weet u waarom? Omdat wij de wijk zo goed kennen. We kunnen zo de vinger op de wonde leggen.”

In de Buurtwinkel kunnen bewoners koffie komen drinken, ze kunnen er een beroep doen op de klusjesdienst, ze worden geholpen waar mogelijk. De Buurtwinkel organiseert ook wijkfeesten en denkt met de buurtbewoners mee na over de inrichting van het Fontainaspark. Er is ook een vereniging waar armen het woord nemen. Voor al die deelwerkingen wordt geput uit verschillende subsidiepotjes, maar voor de coördinatie van dit alles blijft de VGC-subsidie voor de geïntegreerde wijkcentra een absolute voorwaarde.

De vraag blijft of het aan de Vlaamse Gemeenschap is om in Brussel de sociale cohesie te versterken. De wijkcentra vinden van wel. “Onze meerwaarde is de meertaligheid,” zegt Betty D’Haenens van Chambéry in Etterbeek, dat in 2011 geen middelen meer ontvangt voor de coördinatiefunctie van het wijkcentrum. “We zijn in eerste instantie Nederlandstalig, maar door onze open houding bereiken we ook makkelijker de anderstaligen. Meer nog: precies door onze meertalige opstelling bereiken we ook tal van Nederlandstaligen die we anders niet zouden bereiken, bijvoorbeeld oudere mensen in tweetalige gezinnen. Onze aanwezigheid is de enige garantie dat de Vlamingen nog een voet aan de grond hebben in de wijkwerking in Brussel.”

Mommaerts: “Wat blijft er nog over als de buurtwinkel uit de Anneessenswijk wegtrekt? Bravvo, de preventiewerkers van de Stad Brussel die, hoewel ze eigenlijk zouden moeten, nauwelijks Nederlands spreken.”

Volgens Mommaerts werpt de Vlaamse aanpak in de achtergestelde buurten vruchten af en dwingt hij respect af, ook bij Franstaligen. “We zouden net moeten groeien. Onze aanpak zou ook in andere wijken kunnen aanslaan. Het is jammer dat de VGC dat niet inziet.”

Betty D’Haenens wijst ook op de pedagogische rol die de wijkcentra spelen. “We houden ons, in overleg met de gemeente, niet alleen bezig met de daklozen die op een bepaald moment opdoken op het Sint-Antoonplein, we trekken ook met de leerlingen van het Koninklijk Atheneum van Etterbeek hier de wijk in. De meeste leerlingen kennen de gemeente waar ze op school zitten niet. Het is een manier om de Nederlandstaligen Brussel te laten ontdekken, maar tegelijk ook het contact tussen de verschillende lagen van de bevolking aan te moedigen.”

De geïntegreerde wijkcentra blijven niet bij de pakken zitten. Deze week organiseren ze een hoorzitting met de Vlaamse volksvertegenwoordigers en gaan ze langs bij bevoegd collegelid Brigitte Grouwels (CD&V). Ze willen zekerheid voor de volgende jaren, “en het liefst met een structurele financiering,” zegt Alain Storme van Samenlevings­opbouw Brussel. “Daarom willen we dat de VGC-raad een verordening aanneemt die de wijkcentra de ruimte geeft om zich verder te ontwikkelen in de stad. Het is goed dat de VGC zich met cultuur, onderwijs en kinderopvang bezighoudt. Maar de VGC heeft ook een verantwoordelijkheid in het bestrijden van armoede en het versterken van de sociale cohesie in Brussel."

Reacties

Re: Wijkcentra moeten vechten voor hun voortbestaan

Heel jammere zaak, al had ik wel graag wat meer vernomen over initiatieven langs Franstalige kant. Zijn die zo dun gezaaid of werken ze niet?
Armoedebestrijding en sociale cohesie moeten prioritair zijn, maar kan zoiets niet veel beter op gewestelijk niveau worden gecoördineerd? Veel armen komen uit vreemde landen. Hebben zij boodschap aan Franstalige of Nederlandstalige hulp? Als er maar concreet iets gedaan wordt.

Re: Wijkcentra moeten vechten voor hun voortbestaan

Goed, weg ermee. Geld kan beter gebruikt worden.

Re: Wijkcentra moeten vechten voor hun voortbestaan

Ik denk dat de reactie van Jonas nog erger is dan de inhoud van dit artikel. En de optelsom van beide dan, is helemaal om te janken. (Vlaamse desinteresse in Brussel) + (Franstalig onvermogen en onwil om de taalwetten te respecteren) = ???

Re: Wijkcentra moeten vechten voor hun voortbestaan

> Bravvo, de preventiewerkers van de Stad Brussel die, hoewel
> ze eigenlijk zouden moeten, nauwelijks Nederlands spreken.

Over Bravvo heb ik nog een leuke anecdote. Omwille van een conflict met de huisbaas stak Bravvo (nadat ik daar interesse voor had getoond) een goede maand geleden een briefje bij ons in de bus met de vraag of zij niet tussen ons en de huisbaas konden bemiddelen. Het briefje was uitsluitend in het Frans opgesteld.

Omdat ik zelf amper Frans spreek, heb ik daar toen in het Nederlands en in het Engels op gereageerd. Een eerste, verkennende, gesprek vond uiteindelijk in het Engels plaats. Omdat ze bij dit gesprek ondervonden dat hun Engels toch iets te beperkt was besloten de preventiewerkers van Bravvo echter voor het tweede gesprek een tolk in te huren. Ik vond het allemaal wat absurd maar heb toch ingestemd.

Alsof dit alles nog niet absurd genoeg is, volgde de echte clou van het verhaal echter bij het tweede gesprek. De tolk die ze hadden ingehuurd, bleek een vertaler Duits-Frans te zijn. Ik had immers gezegd dat ik 'Dutch' sprak, weet u. :-) De tolk heeft uiteindelijk met ons in het Engels gecommuniceerd.

Bij een gesprek dat nog zal volgen, zal opnieuw gebruik gemaakt worden van dezelfde Duitse tolk omdat ze geen Nederlandstalige tolk konden vinden die op een gepast moment kon helpen. En blijkbaar, zo werd me uitgelegd, was het niet toegestaan om ander Nederlandskundig personeelslid van Bravvo te laten vertalen. Ergens vermoed ik dat Bravvo of de preventiewerker in kwestie eigenlijk gewoon geheim wil houden dat ze een tolk Nederlands of Engels nodig hadden.

Nieuwe reactie inzenden


Reageren kan op twee manieren:

Gelieve uw volledige en echte naam op te geven.
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Fijn dat u wil reageren. We publiceren uw reactie graag maar weren uiteraard aanstootgevende of misleidende teksten. Politieke standpunten kunnen dan weer als persmededeling aan info@brusselnieuws.be.
(controleer met audio)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.

Stad

Economie