Standpunt BDW

Taalwaakhond

Danny Vileyn © Brussel Deze Week
“De intra-Brusselse ad hoc werkgroep zal nagaan hoe de opdrachten van de huidige vicegouverneur het best kunnen worden gehandhaafd.” Dat staat te lezen in het regeer­akkoord van Di Rupo I. Een draak van een zin is het; in mensentaal luidt dat: de Franstalige partijen PS, MR, Ecolo en CDH gaan samen met de Nederlandstalige partijen Open VLD, SP.A, CD&V en Groen rond de tafel zitten om te kijken hoe de opdrachten van de vicegouverneur – de taalwaakhond van de Brusselse Vlamingen – het best kunnen worden gehandhaafd. En hier knelt het schoentje nu al.

Twee maanden na de eedaflegging van Di Rupo I is de werkgroep nog niet een keer samengekomen. Er ligt zelfs nog geen datum vast waarop de acht rond de tafel gaan zitten. En hoe dichter we de gemeenteraadsverkiezingen naderen, hoe moeilijker het wordt om sereen te onderhandelen.

Nu al zijn de concretisering van het parkeerplan en het openbaar onderzoek voor het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) verschoven naar december 2012 of zelfs naar 2013. Frans­talige partijen zijn er als de dood voor dat de parkeertarieven de inzet van de gemeenteraadsverkiezingen zouden worden. Met de toekomst van de vicegouverneur (mogelijke nieuwe naam: toezichthouder taalwetgeving) zal het niet anders zijn.

De vicegouverneur kijkt erop toe hoe de gemeentebesturen de taalwetgeving toepassen. Of aan hun laars lappen. Maar zonder vicegouverneur zou het nog erger zijn, veel erger.

Er zijn weinig Franstaligen die positief tegen de officiële tweetaligheid aankijken. Niet weinigen – en heus niet alleen FDF’ers – vinden tweetaligheid ballast. Ze zouden het liefst de Vlamingen herleiden tot een absolute minderheid die niet onheus behandeld wordt. Het streven naar een sterker gewest past in die strategie. Daarom moeten de Vlaams-Brusselse partijen ervoor ijveren dat de functie van taalwaakhond niet uitgehold wordt. Dat is het minimum minimorum. De opvolger van de vicegouverneur moet een Vlaming zijn met exact dezelfde taken en vrijheid als de voorganger. Met andere woorden: hij of zij moet het recht hebben gegevens op te vragen bij de gemeenten, hij of zij moet taalrapporten opstellen die openbaar worden gemaakt, en hij of zij moet recht van spreken krijgen.

Het mag geen ambtenaar zijn die slaafs de voogdijminister moet volgen en spreekverbod heeft. Hij moet in alle vrijheid zijn werk kunnen doen. Zoals de laatste echte vicegouverneur, Hugo Nys, en zijn voorgangers.

Nieuwe reactie inzenden


Reageren kan op twee manieren:

Gelieve uw volledige en echte naam op te geven.
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Fijn dat u wil reageren. We publiceren uw reactie graag maar weren uiteraard aanstootgevende of misleidende teksten. Politieke standpunten kunnen dan weer als persmededeling aan info@brusselnieuws.be.
(controleer met audio)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.