Expo over de hoogdagen van de nationale pers in Brussel

Michaël Bellon © Brussel Deze Week
Vandaag staat de aanwezigheid van de VRT in Brussel ter discussie. Eerder vertrokken, vooral langs Nederlandstalige kant, al heel wat geschreven media uit de hoofdstad. Ooit was het anders.
Toen de pers nog brusselde... is een rijk gedocumenteerde tentoonstelling geworden. Aan de muur onder meer De Moord, de editie van de noodlijdende krant De Morgen uit oktober 1986.
Het Persagentschap Vervoer en Distributie/Agence et Messageries de la Presse groepeerde in de Peterseliestraat, op de hoek met de Broekstraat
De distributie van di­verse kranten voor handelaars in eenzelfde regio.
AMP, in 1885 opgericht door de socialistische voorman Louis Bertrand, is nog altijd een grote speler in de distributiebranche.
Le ‘Faux’ Soir van 9 november 1943, uitgebracht door het verzet.
Kiosk, Schaarbeekse Poort. De nabije Koningsstraat was een echt perscentrum.

J e moet het de dienst Cultuur van de Stad Brussel nageven: in het piepkleine Huis van Folklore in de Eikstraat zijn er regelmatig tentoonstellingen over interessante onderwerpen. Helaas wordt de naam van het Huis daarbij iets te nadrukkelijk eer aangedaan. Omdat de wisselende partners voor de tentoonstellingen veelal uit het verenigingsleven komen, is de aanpak meestal amateuristisch. Dat geldt ook voor Toen de pers nog brusselde, een expositie over de tijd dat de Brusselse binnenstad nog gold als het epicentrum van de geschreven pers in België.

Het is een zeer dankbaar onderwerp, dat curator Eric Demarbaix en zijn Brusselse Geschiedkundige Kring/Cercle d’Histoire de Bruxelles stofferen met stukken uit hun archief, waaronder niet eerder ontsloten documenten van het voormalige Persagentschap Vervoer en Distributie (AMP/PVD). AMP is vandaag nog altijd een belangrijke speler in de distributie van kranten en tijdschriften, maar het Agence et Messageries de la Presse werd al in 1885 opgericht door de socialistische voorman Louis Bertrand, die ook stichter was van de krant Le Peuple. Het agentschap groepeerde in de Peterseliestraat de zendingen van di­verse kranten voor handelaars in eenzelfde regio.

Op de tentoonstelling wordt zelfs dát niet met zoveel woorden gezegd. De legendes bij de documenten die nauwkeurig in kijkkasten en kadertjes zijn geplaatst, blijven uiterst summier.
Jammer, want wat getoond wordt, getuigt van een interessant verleden waar gewone Brusselaars, perslui en nostalgici hun hartje bij kunnen ophalen. Het loont dus zeker de moeite eens binnen te springen en een blik te wer­pen op de vele oude kranten, foto’s en paraferna­lia.

De Moord
De expositie gaat ver terug, met enkele reproducties van het Brusselse Nieuws-Blad uit 1795 of het Napoleontische Journal de l’Empire uit 1809. Maar het was pas met de grondwettelijke verankering van de persvrijheid dat de bloeiperiode van kranten en weekbladen kon worden ingezet. Van het gerenommeerde L’Indépendance Belge, in 1843 voortgekomen uit de voorloper van het Belgisch Staatsblad, is een exemplaar te zien van 12 oktober 1850, daags na het overlijden van koningin Louise-Marie.

Aan het eind van de negentiende eeuw deden de geïllustreerde kranten opgeld. La Belgique Illustré deed het in 1897 nog met tekeningen; van Le National Illustré, gevestigd aan de Warmoesberg, is op de tentoonstelling het nummer van 8 september 1901 te zien, dat op de cover een paginagrote foto toont van een grondverzakking aan de Baksteenkaai, die aan twee mensen het leven kostte.

Ook van de eerste editie van Het Nieuwsblad, ‘blad voor onze Christene, Vlaamsche, kroostrijke gezinnen’, is er een exemplaar. Het dateert van 3 november 1929. De redactie zat toen al aan de Émile Jacqmainlaan.

Uit een nummer van het vakblad De journalist/Le journaliste uit 1964 valt op te maken dat de redactie van de journalistenvereniging toen nog in de Korte Boterstraat zat. De Nieuwe Gids, waarin Nero van Marc Sleen geboren werd, had net als de socialistische krant Le Peuple zijn lokalen in de Zandstraat.

Dat de locatie echt wel iets betekende, wilde Het Laatste Nieuws in 1973 illustreren door in het Paleis voor Schone Kunsten een fototentoonstelling over Brussel te organiseren onder de titel Een stad in de krant. Grappig zijn ook de exemplaren van Het Laatste Nieuws en Le Soir van 1 april 1982: de redacties hadden toen overleg gepleegd over hun aprilvis en meldden allebei op hun voorpagina dat er petroleum was gevonden onder de grond van de Voerstreek, die toen al de inzet van een communautair conflict was.

Enkele stukken herinneren ook aan minder fraaie bladzijden uit de geschiedenis van de journalistiek. Van Le Soir is zowel een exemplaar te zien dat tijdens de oorlog als ‘gestolen krant’ onder supervisie van de Duitsers verscheen, als een reproductie van de anti-Duitse ‘Faux Soir’ van 9 november 1943, clandestien uitgebracht en verspreid door het verzet. Ook de pijnlijke episode waarin De Morgen in 1986 verzeild geraakte, toen de socialistische partij haar handen van de noodlijdende krant af trok, komt in beeld met het exemplaar van De Moord, dat de verbolgen redactie onder leiding van Paul Goossens op 31 oktober 1986 uitbracht. Vandaag is De Morgen samen met De Tijd en Metro de enige Nederlandstalige nationale krant die nog in Brussel zit.

De tentoonstelling toont verder oude reclames, enkele foto’s van oude redactielokalen, krantenkiosken en krantenventers. Er hangen ook wat exemplaren van regionale kranten (La Cité, Le Marollien, Zo leeft Brussel...), waarbij op te merken valt dat BDW vooralsnog geen museumstuk geworden is.

Fleet Street in Brussel
Bert Cornelis, vandaag woordvoerder bij Open VLD, maakte van 1983 tot 1996 deel uit van de redactie van Het Laatste Nieuws. Hij heeft als journalist dus nog de Brusselse jaren van de bestverkochte Nederlandstalige krant meegemaakt, en verhuisde op het einde ook mee naar Kobbegem.

“Toen ik begon, was het allemaal te doen in de Sint-Pietersstraat, het smalle straatje aan de achterkant van de Jacqmainlaan. Behalve Het Laatste Nieuws zaten daar ook Het Nieuwsblad, La Libre Belgique en La Dernière Heure. Het was een beetje Fleet Street in Brussel. Vooral ’s avonds en ’s nachts was er veel bedrijvigheid met al die vrachtwagens die het straatje in moesten om de kranten op te halen, want de redacties zaten in hetzelfde gebouw als de drukkerij. Er hing een speciale sfeer. Er was natuurlijk concurrentie, maar ook collegialiteit. Als je iets ging eten, kwam je altijd wel een collega tegen. Ook de politici kwamen naar de cafés in de buurt afgezakt.”

Berichtten de kranten van de twee taalgroepen door die nabijheid gelijklopender dan nu? Cornelis: “Er was toch ook al een scheidingslijn. Mijn oudere collega’s ‘op de Wetstraat’ hadden wel nog contact met de Wetstraatjournalisten van de Franstalige kranten, maar met onze generatie groeide dat eruit. Het gebeurde natuurlijk nog wel dat mensen als Wilfried Martens gezamenlijk werden geïnterviewd, door ons en Le Soir bijvoorbeeld.”

De impact van de verhuizing naar de rand was volgens Cornelis niet zonder impact. “Stichter Julius Hoste was destijds vanuit Tielt in West-Vlaanderen naar Brussel gekomen en zag Het Laatste Nieuws als een instrument om het Vlaamse leven in de hoofdstad te ondersteunen. Dat bleef zo tot lang na de Tweede Wereldoorlog. Bij veel kranten zat de lokale Brusselse redactie nog lang ingekapseld in de Wetstraatredactie. Twee of drie journalisten deden elke dag in de stad aan informatie­garing. Dat doen de nationale kranten tegenwoordig nog heel weinig.”

Toen Het Laatste Nieuws in 1991 naar Kobbegem bij Asse verhuisde, was dat vooral uit commerciële overwegingen. “De krant kon op dezelfde plaats niet meer uitbreiden, voor een nieuwe drukkerij was er te weinig ruimte. Dus zaten we daar plots tussen de koeien. De communicatiemiddelen van vandaag bestonden nog niet, en dus verloor je als journalist veel tijd en de voeling met Brussel. Vandaag speelt de locatie van een redactie minder een rol, maar toch zou het een slechte zaak zijn mocht ook de VRT uit Brussel vertrekken.”

Bloei en leegloop
De bloeiperiode van de nationale pers in Brussel begon in de periode van economische voorspoed aan het einde van de negentiende eeuw. Het is dan ook geen toeval dat de oudste nationale titel van Brusselse oorsprong die vandaag nog bestaat, L’Echo is. Het financiële dagblad werd op 22 mei 1881 geboren als L’Echo de la Bourse de Bruxelles. Vandaag zit de redactie van L’Echo nog altijd in Brussel, in Thurn & Taxis, samen met haar Nederlandstalige tegenhanger De Tijd, die Antwerpse wortels heeft.

Langs Franstalige kant zijn de nationale kranten overigens nog altijd goed vertegenwoordigd: La Libre Belgique heeft haar redactie in de Frankenstraat in Etterbeek, op hetzelfde adres als La Dernière Heure, dat deel uitmaakt van dezelfde krantengroep.

De grote socialistische krant Le Peuple, ontstaan in de Zandstraat op 12 december 1885 als Franstalige tegenhanger van De Vooruit, heeft wel het loodje moeten leggen. Een poging om met Le Matin (1998-2001) een nieuwe linkse krant uit de grond te stampen in Brussel, werd geen succes.

Zeer zichtbaar is natuurlijk Le Soir in de Koningsstraat, het geesteskind van Émile Rossel, toen corrector bij Le Journal de Bruxelles. Op 17 december 1887 verscheen de krant voor de eerste keer. De groep Rossel geeft vandaag ook nog de Brusselse titel La Capitale uit.

Langs Nederlandstalige kant is de oudste ‘Brusselse’ titel zonder twijfel Het Laatste Nieuws, voor het eerst verschenen op 7 juni 1888. De stichter, Julius Hoste, was een West-Vlaams senator die in Brussel het Vlaamse leven kwam ondersteunen. Hij was ook belangrijk als promotor van het volkstoneel, en schreef stukken die werden gespeeld in de Vlaamse schouwburg (nu KVS). Het Laatste Nieuws verhuisde begin jaren 1990 naar Kobbegem.

De Standaard verscheen voor het eerst op 4 december 1918 als een initiatief van een groep rond de Antwerpse flamingant Frans Van Cauwelaert, met het doel ‘het uitgeven van een katholiek Vlaams dagblad te Brussel’. Naast De Standaard ontstond in 1929 Het Nieuwsblad, dat voor een breder publiek bedoeld was. Na een faillissement in 1976, en de overname door de Vlaamse Uitgeversmaatschappij, nu Corelio, verhuisden beide kranten naar Groot-Bijgaarden.

In vergelijking is De Morgen, in 1978 ontstaan uit de versmelting van de Gentse Vooruit en de Antwerpse Volksgazet, nog een jonge krant. De Morgen was lang gevestigd in de Brogniez­straat aan het Zuidstation. De krant maakt nu samen met Het Laatste Nieuws deel uit van De Persgroep, maar bleef in Brussel en verhuisde naar de Arduinkaai. De redactie van het gratis dagblad Metro, tot slot, is te vinden in de Ravensteingalerij.

-------------------------
Toen de pers nog brusselde..., tot en met 18 maart in het Huis van Folklore en Tradities, Eikstraat 19, 1000 Brussel, 02-279.64.11/44, www.brussel.be, van donderdag tot en met zondag van 13 tot 18 uur; gratis toegang

 

Lees meer

24 januari 2012

Nieuwe reactie inzenden


Reageren kan op twee manieren:

Gelieve uw volledige en echte naam op te geven.
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Fijn dat u wil reageren. We publiceren uw reactie graag maar weren uiteraard aanstootgevende of misleidende teksten. Politieke standpunten kunnen dan weer als persmededeling aan info@brusselnieuws.be.
(controleer met audio)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.