In 1695 wordt Brussel gebombardeerd door de troepen van Lodewijk XIV. De stad moet heraangelegd worden, en uit een gildevereniging, die zich in het stadhuis wijdt aan de ‘kunst van het tekenen’, ontstaat de academie.
Aanvankelijk mogen alleen mannen er studeren en worden er alleen mannelijke naakten geportretteerd. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw werft de academie ook vrouwelijke modellen aan en schrijven de eerste vrouwen zich in. Ondertussen wordt het aanbod uitgebreid met de opleidingen beeldhouwkunst, architectuur en, veel later pas, schilderkunst en fotografie.
Bekende namen zijn er afgestudeerd. Paul Delvaux, René Magritte, Fernand Khnopff of nog James Ensor en Victor Horta zijn een paar prominenten die de academie op de kaart zetten. Horta, die zelfs directeur wordt, leidt een hele generatie architecten op die het Brusselse straatbeeld zijn unieke karakter verlenen.
De academie onderhoudt ook nu nog nauwe contacten met de internationale kunstscene. Met China heeft ze zelfs verschillende partnerschappen. Die bestaan sinds de Chinese kunstenaar Tchang Tchong-Jen hier afstudeerde en later directeur werd aan de academie van Sjanghai. Tchang was een hechte vriend van Hergé, die hem tekende in De Blauwe Lotus en in Kuifje in Tibet. De instelling is blij dat ze vandaag onder haar vijfhonderd studenten zestig nationaliteiten telt.
De art-nouveau-architectuur, het Justitiepaleis, de beelden die de Kleine Zavel omringen: het is allemaal werk van oud-studenten van de academie. Vous êtes ici (niet vertaald), een nauwe samenwerking tussen diverse professoren van de academie, zal de nieuwsgierigen rondleiden in Brussel.





















Nieuwe reactie inzenden